icon-faxLogoicon-mailScroll-downicon-phoneScroll-downScroll-down

GLITCH & ENERGLIK – Interreg-onderzoeksprojecten voor een energie-efficiënte en klimaatneutrale glastuinbouw

De glastuinbouw is een belangrijke pijler van de Belgische groenteteelt. In 2022 werd ongeveer 2.200 hectare serres gebruikt voor de teelt van groenten. Met bijna 300.000 ton vormen tomaten de belangrijkste productgroep. Daarna volgen komkommers en paprika’s met elk ongeveer 35.000 ton, gevolgd door kropsla met 25.000 ton.

Klimaatverandering en hoge energieprijzen vormen grote uitdagingen voor de sector. Daarom wordt er samen met onderzoeksinstellingen voortdurend gewerkt aan de optimalisatie van de glastuinbouw.

GLITCH

Met Europese steun werd het Interreg-project GLITCH opgestart. GLITCH staat voor ‘GLastuinbouw Innoveert door Co-creatie met koolstofarme Hightech’. Van 2018 tot 2021 namen dertien tuinbouwbedrijven en onderzoekscentra uit België en Nederland deel aan het project. De focus lag op energiebesparende maatregelen in de glastuinbouw.

Zo werd onder meer het potentieel van energieschermen onderzocht. Schermen helpen om het energieverlies in serres te beperken. Dag- en nachtschermen met speciale folies kunnen zowel het energieverbruik als de CO₂-uitstoot aanzienlijk verminderen.

"Dankzij een systeem van dag- en nachtschermen en een geavanceerde aansturing van schermen en klimaatregeling kan in de paprikateelt in totaal 62% energie worden bespaard: 40% overdag en 79% ’s nachts. En dat zonder productieverlies. Bij tomaten bedroeg de energiebesparing dankzij het gebruik van nachtschermen en een aangepaste teeltstrategie in totaal 41%. Daar stond echter wel een productieverlies tegenover", aldus Marlies Huysmans, onderzoeker vruchtgroenten bij Proefcentrum Hoogstraten.


Dankzij het gebruik van nachtschermen en een aangepaste teeltstrategie werd in de tomatenteelt een energiebesparing van 41% gerealiseerd.
Foto: © Consortium Energlik

Een betere isolatie kan ertoe leiden dat vochtige lucht zich ophoopt in de serre. Traditioneel wordt dit vocht afgevoerd via raamventilatie. Om het daarmee gepaard gaande warmteverlies te beperken, richt het onderzoek zich op actieve ontvochtiging, waarbij de energie uit het verdampte vocht wordt teruggewonnen.

Hiervoor werd een dampwarmtepomp ontwikkeld, bestaande uit een warmtewisselaar en een verdamper. De warmtewisselaar gebruikt een zoutoplossing om de lucht te ontvochtigen. Zo wordt het vocht uit de serrelucht omgezet in warmte. Vervolgens wordt de verdunde zoutoplossing opnieuw geconcentreerd, waardoor een gesloten kringloopsysteem ontstaat.

Daarnaast onderzocht GLITCH ook verschillende belichtingstechnieken.

"Sommige telers gebruiken nog steeds SON-T-belichting, hoewel is aangetoond dat het elektriciteitsverbruik in de tomatenteelt met 13 tot 38% kan worden verminderd door LED-belichting te gebruiken. Dat betekent een aanzienlijke besparing, zeker in periodes van hoge energieprijzen. Bovendien kan de energie-efficiëntie verder worden verhoogd door gebruik te maken van restwarmte uit verwarmingsinstallaties of industriële processen, geothermische energie of warmtepompen", legt Lieve Wittemans, tomatenonderzoeker bij onderzoekscentrum Viaverda, uit.


Door LED-belichting te gebruiken, kan het elektriciteitsverbruik in de groenteteelt aanzienlijk worden verminderd.
Foto: © Consortium Energlik

ENERGLIK

De inzichten uit GLITCH vormen de basis voor het Vlaams-Nederlandse Interreg-vervolgproject ENERGLIK, dat loopt van 2023 tot 2026 en eveneens wordt gefinancierd door de Europese Unie.

ENERGLIK staat voor ENERgie-efficiënt, GLastuinbouw, Innovatie en Klimaatneutraal. Elf onderzoeksinstellingen en bedrijven uit België en Nederland nemen deel aan het project, waaronder Proefcentrum Hoogstraten, Proefstation voor de Groenteteelt, Thomas More, Universiteit Gent, ILVO, Universiteit Maastricht en Wageningen University & Research (WUR).

Het doel van dit vervolgproject is aan te tonen dat klimaatneutraliteit en economische rendabiliteit hand in hand kunnen gaan in de glastuinbouw. Binnen ENERGLIK staan vier innovatieprojecten centraal.

  1. Verdere ontwikkeling van energiezuinige dag- en nachtschermen en bijhorende meettechnieken
    Het doel is om energie-efficiënte schermsystemen te ontwikkelen die praktisch inzetbaar zijn. Marlies Huysmans van Proefcentrum Hoogstraten licht toe:

    "Het onderzoek naar energiebalancerende dag- en nachtschermen is al ver gevorderd. Folies en schermen moeten echter nog verder worden geoptimaliseerd. Daarom hebben we een technische werkgroep opgericht, waarin ook fabrikanten meewerken aan de verdere ontwikkeling van schermen en folies."

    De nieuwe, meer gesloten teeltmethode vraagt bovendien om aangepaste teeltcontroles en een verdere ontwikkeling van de klimaatsoftware. Ook hiervoor werd een technische werkgroep opgericht. 

    Nachtschermen met speciale folies helpen het energieverlies in serres te beperken.
    Foto: © Consortium Energlik
     

  2. Optimalisatie van de luchtontvochtiging in serres
    Ook de optimalisatie van ontvochtiging bouwt voort op de resultaten van GLITCH. Evelien Rosiers, onderzoeker bij Viaverda:

    "Er bestaan al verschillende ontvochtigingssystemen. Drie daarvan zullen binnen ENERGLIK verder worden ontwikkeld. Het meest innovatieve systeem is een dampwarmtepomp met een warmte-massawisselaar, ontwikkeld door UGent en ILVO. De vochtige serrelucht wordt via leidingen aangezogen en besproeid met een zoutoplossing, waardoor vocht aan de lucht wordt onttrokken. De droge lucht en de teruggewonnen warmte worden vervolgens terug de serre ingeblazen. Daarna wordt de verdunde zoutoplossing opnieuw geconcentreerd in de dampwarmtepomp, zodat ze opnieuw kan worden gebruikt. Naast dit innovatieve systeem worden ook twee bestaande commerciële systemen getest." 


    Vochtige serrelucht wordt via leidingen aangezogen en met een zoutoplossing besproeid, waardoor vocht uit de lucht wordt verwijderd.
    Foto: © Consortium Energlik
     

  3. Afvang, zuivering en opslag van CO₂ uit rookgassen voor just-in-time dosering

    Binnen dit project richt ENERGLIK zich op het terugdringen van de CO₂-uitstoot. Fjo De Ridder (Thomas More):

    "CO₂, een nevenproduct van de verbranding in de verwarmingsinstallatie, wordt in de serre gebracht wanneer die beschikbaar is. In de zomer is bijvoorbeeld enkel 's morgens wat warmte nodig om condensvorming op de gewassen te voorkomen, terwijl de planten de hele dag CO₂ nodig hebben. Als de bij de warmteproductie vrijgekomen CO₂ kan worden opgeslagen, kan die gedurende de hele dag worden gedoseerd."

    Omdat rookgas gemiddeld slechts 5 tot 10% CO₂ bevat, is rechtstreekse opslag inefficiënt. Daarom moet de CO₂ eerst uit het rookgas worden afgescheiden en geconcentreerd tot een gasmengsel met 70 tot 80% CO₂. Binnen het project wordt gewerkt aan de ontwikkeling van een betaalbare installatie. Daarnaast worden technieken onderzocht om het rookgas verder te zuiveren.

    "Roet, ethyleen, NOx en SOx moeten worden verwijderd om zo zuiver mogelijke CO₂ te verkrijgen. Uit ervaring blijkt dat aangekochte, zuivere CO₂ hogere opbrengsten oplevert dan CO₂ uit rookgassen. Sommige stoffen, zoals ethyleen, kunnen bijvoorbeeld de bloemsterfte versnellen. Daarom is niet alleen de concentratie, maar ook de verdere zuivering van het CO₂-mengsel een belangrijk doel van dit project."


    Naast concentratie is ook de verdere zuivering van het CO₂-mengsel een belangrijke doelstelling.
    Foto: © Consortium Energlik

Ontwikkeling en optimalisatie van sensortechnologie voor schimmeldetectie 

De Universiteit Maastricht ontwikkelt binnen ENERGLIK een volledig nieuw project rond sensoren die de schimmeldruk in serres meten. 
Marlies Huysmans:

"Een teelt met minder ventilatie is energie-efficiënter en zorgt voor een betere opname van CO₂ door de plant. Maar dat gaat ook gepaard met een hogere luchtvochtigheid en dus een grotere schimmeldruk. Daarom ontwikkelt de Universiteit Maastricht sensoren die de sporenconcentratie kunnen meten."

Momenteel worden drie sensoren ontwikkeld, telkens specifiek voor één schimmel:

  • Fusarium oxysporum (fusariumverwelking) bij paprika;
  • Botrytis cinerea (grauwe schimmel) bij tomaat;
  • Didymella bryoniae (stengelbrand) bij komkommer.

"Waarschijnlijk zullen er tegen het einde van het project nog geen volledig praktijkrijpe sensoren beschikbaar zijn. Het doel is om een werkend prototype te kunnen voorstellen", aldus Huysmans.


Aan de Universiteit Maastricht worden sensoren ontwikkeld die de schimmeldruk kunnen meten.
Foto: © Consortium Energlik

Een belangrijk onderdeel van ENERGLIK is de demonstratie van de ontwikkelde technieken. In het eerste projectjaar ligt de nadruk nog op fundamenteel onderzoek binnen de vier innovatieprojecten. Tijdens het tweede teeltseizoen verschuift de focus naar demonstratieproeven in de onderzoekscentra. In het derde projectjaar worden daarnaast ook demonstraties uitgevoerd bij een pilootbedrijf. Telers zullen bovendien praktische richtlijnen krijgen voor de toepassing van de ontwikkelde technieken. In de laatste projectfase worden de vier innovatieprojecten geëvalueerd.

Lien Bosmans van Proefcentrum Hoogstraten besluit:

"Dan zullen we de toekomstperspectieven voor een klimaatneutralere glastuinbouw in kaart brengen. Daarbij richten we ons op koolstofarme en energie-efficiënte teeltmethoden die de weg kunnen effenen naar een klimaatneutrale glastuinbouw tegen 2050."

Meer informatie: www.wirpackennachhaltigkeitan.eu


Mede gefinancierd door de Europese Unie.

De standpunten en meningen die in deze campagne worden geuit, zijn uitsluitend die van de auteurs en weerspiegelen niet noodzakelijk die van de Europese Unie of het Europees Uitvoerend Agentschap voor onderzoek (REA). Noch de Europese Unie, noch de subsidieverlenende instantie kan hiervoor aansprakelijk worden gesteld.