icon-faxLogoicon-mailScroll-downicon-phoneScroll-downScroll-down

Praktijkgericht onderzoek als motor voor innovatie in de Vlaamse glastuinbouw

De Vlaamse glastuinbouw wordt al tientallen jaren gekenmerkt door een nauwe samenwerking tussen praktijk en onderzoek. Proefcentra en telers werken continu samen om concrete uitdagingen op bedrijfsniveau aan te pakken en om te zetten in toepasbare oplossingen. Die wisselwerking heeft in belangrijke mate bijgedragen aan een grotere productiezekerheid en een versterking van de concurrentiekracht van de sector.

Een sprekend voorbeeld van deze praktijkgerichte aanpak is het onderzoek naar het Pepino-mozaïekvirus (PepMV). Sinds het begin van de jaren 2000 veroorzaakte dit zeer besmettelijke virus aanzienlijke kwaliteitsverliezen in de tomatenteelt in België en Nederland. Omdat hygiënemaatregelen alleen onvoldoende bleken, startten Proefstation voor de Groenteteelt in Sint-Katelijne-Waver en Proefcentrum Hoogstraten een gezamenlijk onderzoeksproject. Dat leidde in 2011 tot de ontwikkeling van een doeltreffend vaccin. Deze doorbraak verminderde de economische schade aanzienlijk en gaf de telers meer zekerheid bij de planning van hun productie.

Praktijkgericht onderzoek is essentieel voor een gezonde tomatenteelt.
Foto: © VLAM

Waar dit onderzoek zich vooral richtte op plantgezondheid, verschuift de aandacht vandaag steeds meer naar duurzaamheid en een efficiënter gebruik van hulpbronnen binnen de productiesystemen. Een centrale rol daarin is weggelegd voor Agrotopia in Roeselare, een modern onderzoekscentrum voor de glastuinbouw dat deel uitmaakt van onderzoekscentrum Inagro. Hier worden nieuwe productiemethoden onder praktijkomstandigheden ontwikkeld, getest en gedemonstreerd.

  • Binnen het project Zero Waste onderzochten Proefstation voor de Groenteteelt, Proefcentrum Hoogstraten en de Universiteit Gent hoe reststromen uit de glastuinbouw circulair kunnen worden benut. Het doel was om plantenresten, substraten, water en nutriënten beter te valoriseren en afval zoveel mogelijk te voorkomen. Daarbij ging bijzondere aandacht uit naar biologisch afbreekbare alternatieven voor clips en bindtouw, evenals naar organische substraten die compostering en verdere verwerking vergemakkelijken. Het project toont aan dat het gebruik van biologisch afbreekbare materialen en de ontwikkeling van nieuwe waardeketens zowel ecologische als economische voordelen kunnen opleveren.

Het circulair benutten van reststromen staat centraal in het onderzoek.
Foto: © VLAM

  • Een ander veelbelovend initiatief is het project ReduVeen, dat wordt uitgevoerd in samenwerking met Proefstation voor de Groenteteelt en wordt ondersteund door het Agentschap Landbouw en Zeevisserij en het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO).

    Het project wil het aandeel veen in perspotten verminderen. Veen ligt steeds meer onder vuur vanwege de impact ervan op klimaat en milieu. Daarom onderzoeken de onderzoekers of onder praktijkomstandigheden minstens 35% van het veen kan worden vervangen door alternatieve materialen.

    Met ReduVeen levert de sector een belangrijke bijdrage aan de Vlaamse klimaat- en duurzaamheidsdoelstellingen en wordt tegelijkertijd de afhankelijkheid van fossiele grondstoffen voor substraten verminderd.

Het verminderen van het veengehalte in perspotten vormt het onderwerp van actueel onderzoek.
Foto: © VLAM

Deze voorbeelden illustreren hoe de Vlaamse proefcentra via praktijkgericht onderzoek actief bijdragen aan de verdere ontwikkeling van de glastuinbouw. Daarbij staan praktische toepasbaarheid en duurzame innovatie steeds centraal.

Mede gefinancierd door de Europese Unie.

De geuite standpunten en meningen zijn uitsluitend die van de auteurs en weerspiegelen niet noodzakelijk die van de Europese Unie of van het Europees Uitvoerend Agentschap voor onderzoek (REA). Noch de Europese Unie, noch de subsidieverstrekkende instantie kan hiervoor aansprakelijk worden gesteld.